Press "Enter" to skip to content

Zwendel samenvatting

Zwendel samenvatting

Deze samenvatting betreft een overzicht van de fraude in relatie met de koop van de aandelen en voor en na het faillissement. De fraude in relatie met de vervuilde grond wordt o.a. hier weergegeven.

Olimar en Korver zijn bij de aankoop van de aandelen Prowi Holding B.V. misleid door verkopers Leusink en Crans. Zij hebben in het geheim de afdeling projectinrichting (meer dan 30% van de omzet) geliquideerd en door enorme, voor Olimar en Korver geheim gehouden prijsverlagingen de resterende winstcapaciteit van de onderneming vernietigd. Wanneer Korver en Olimar de ware toestand gekend zouden hebben, zouden zij de onderneming niet hebben gekocht. Het aankoopbedrag van ƒ 6.000.000  (€ 2.722.681) plus rente sinds 25 maart 2002 is schade. Olimar heeft ook een claim van € 2.280.000 op Leusink en Crans persoonlijk wegens overtreding van een concurrentieverbod.

Samenvatting

Olimar en Korver zijn bij de aankoop van de aandelen Prowi Holding B.V. misleid door verkopers Leusink en Crans. Zij hebben in het geheim de afdeling projectinrichting (meer dan 30% van de omzet) geliquideerd en door enorme, voor Olimar en Korver geheim gehouden prijsverlagingen de resterende winstcapaciteit van de onderneming vernietigd. Wanneer Korver en Olimar de ware toestand gekend zouden hebben, zouden zij de onderneming niet hebben gekocht. Het aankoopbedrag van ƒ 6.000.000  (€ 2.722.681) plus rente sinds 25 maart 2002 is schade. Korver wil deze vordering incasseren.

Toen de aandelen Prowi Holding aan Olimar waren geleverd hadden Leusink en Crans in het 1e kwartaal 2002 een geheim verlies van € 345.000 gerealiseerd waardoor de liquiditeit en het vertrouwen van de bankier van Olimar ernstig waren aangetast. Door dit verlies, en doordat Leusink en Crans na de ondertekende intentieverklaring onterechte dividend-  en managementvergoedingen aan zichzelf hebben uitgekeerd en Financieel Directeur Plattje meer dan € 400.000 aan facturen bedoeld voor Prowi Korver klanten achter had gehouden en niet aan Korver’s klanten had verstuurd, was Olimar medio 2002 niet in staat een lening van ƒ 1.000.000 aan Hedec Beheer en Jedacol Beheer af te lossen, hetgeen het faillissement van Olimar en haar deelnemingen tot gevolg had. Het faillissement werd aangevraagd door de eegas van Leusink en Crans…

Prowi Interieur heeft een claim op verkopers en voormalig financieel directeur Bert Plattje omdat zij door vertraagde facturatie en het opstellen en overhandigen van valse stukken aan de bankier van Olimar c.s. aan het faillissement van Prowi Interieur hebben bijgedragen.

Prowi Holding en Crale hebben een vordering van € 1.420.000 plus wettelijke rente sinds oktober 2002 op Leusink en HéHé B.V. (waarin Leusink en Crans elk 50% bezitten). HéHé heeft door de curator en ING Bank te bedriegen het vastgoed van Prowi Holding en Crale voor een te lage prijs gekocht.

Prowi Interieur heeft een schadeclaim op Leusink en Crans doordat Leusink de curator heeft misleid bij de koop van vlottende activa. Deze claim van ruim € 340.000 is reeds onderwerp van een door de curator gestarte procedure. Deze is inmiddels in het voordeel van de boedel door de Hoge Raad besloten. 

1       Vernietiging winstcapaciteit en misleiding bij verkoop

 1a       Samenvatting

Verkopers/statutaire bestuurders Leusink en Crans hebben de winstcapaciteit  van Prowi Holding, en daarmee de waarde van Olimar, in het geheim vernietigd. Ook hebben zij Korver en drs. H.Th.C. Hoftijzer RA van Westerveld en Vossers, die namens Korver het due diligence onderzoek deed, op essentiële punten misleid.

  1. Direct na levering van de aandelen Prowi Holding blijkt dat de afdeling projecten/kan­toor­inrichting (30% van de omzet) en de verkoopafdeling niet meer bestaan. Bijna alle medewerkers was ontslag aangezegd en de directeur verkoop en leider van de afdeling had ontslag genomen.
  2. Prowi Interieur is met twee klanten die in 2001 tezamen 85% van de resterende omzet genereerden (De Marskramer B.V. en Speelgoedpaleis Bart Smit B.V.) in het geheim prijsverlagingen van 5% – 30% overeengekomen. Daardoor is ook de winstcapaciteit van het resterende klantenbestand van Prowi Interieur
  3. Prowi Interieur heeft tot datum aandelenoverdracht in opdracht van Leusink leveranties voor de villa van diens echtgenote mevrouw Leusink Oberjé gedaan waarvoor geen factuur is verzonden.
  4. Direct na de aandelenoverdracht op 25 maart 2002 blijkt dat Prowi Interieur in het 1e kwartaal 2002 een verlies van € 345.000 heeft geleden.

1b       Achtergrond

Prowi Holding B.V., gevestigd te Hengelo, heeft sinds 1998 twee 100% deelnemingen: werkmaatschappij Prowi Interieur B.V. en vastgoedmaatschappij Crale B.V. die een klein deel van het door de onderneming gebruikte vastgoed in eigendom heeft. De gebouwen en het grootste deel van het terrein zijn eigendom van Prowi Holding. Prowi Interieur verkoopt winkelinrichtingen (70% van de omzet) en projecten/kantoorinrichtingen (30% van de omzet).

De netto winst na belasting van Prowi Interieur in 1997-2000 was gemiddeld € 374.000 per jaar.

1c        Pogingen om de onderneming aan het management te verkopen

De heer J.J.A.M. (Jeroen) Schopman had sinds 1986 een arbeidsovereenkomst met Prowi Interieur. Op 20 augustus 2000 schreef Schopman aan Prowi Interieur dat hij zijn arbeidsovereenkomst per direct wilde opzeggen omdat hij directeur kon worden bij een andere Interieurbouwer, hetgeen volgens hem een behoorlijke promotie betekende (prod X).

Leusink en Crans reageerden snel. In een ongedateerde aanvullend arbeidsovereenkomst is de positie van Schopman met ingang van 1 september 2000 als volgt verbeterd:

De functie van de werknemer zal worden gewijzigd van Verkoopleider in Technisch/Com­mer­cieel Directeur. De functie houdt in dat de werknemer volledige eindverantwoordelijkheid zal dragen voor de dagelijkse gang van zaken betreffende de verkoop, tekenkamer, werkvoorbereiding, productie en montage. […]

Werknemer heeft recht op een aandeel in de jaarwinst, groot 10% van het resultaat voor belasting van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Prowi Interieur B.V. tot een maximum van ƒ 75.000,–. […]

De werkgever zegt hierbij aan werknemer toe dat de Technisch/Commercieel Directeur over twee jaar de mogelijkheid wordt geboden mee te doen aan een nog nader op te stellen aandelenoptieregeling of om over 2 jaar zijn recht op winstuitkering in contanten om te zetten in een uitkering in de vorm van aandelen. Reden van deze toezegging is om de Technisch/Commercieel Directeur de mogelijkheid te geven om Prowi Interieur BV (de aandelen en/of de activiteiten) op termijn over te kunnen nemen. […]

Werkgever zegt hierbij aan werknemer toe dat hij bij een eventueel voornemen van overdracht van Prowi Interieur BV (aandelen en/of activiteiten) hieromtrent als eerste in kennis zal worden gesteld, met als doel om in de onderhandelingen van overdracht deel te kunnen nemen.‘ (prod X).

Enkele maanden later, per 1 februari 2001, wordt de van buiten aangetrokken Bert Plattje tot Financieel Directeur benoemd.  Artikel 4 van zijn arbeidsovereenkomst luidt:

‘Indien er geen andere investeerder zich aandient vóór 31 december 2001, wordt werknemer, bij goed functioneren, de gelegenheid geboden om vanaf 2003 gezamenlijk met onder anderen de Technisch/commercieel Directeur, Prowi Interieur B.V. over te nemen tegen een nog af te spreken prijs.’ (prod X).

Op 5 april 2001 vindt een bespreking plaats waarbij aanwezig zijn Leusink, Crans, Schopman, Plattje, Schoolkate en architect Simon van Dijk. (prod X). Crans brengt naar voren dat de organisatie niet soepel verloopt en deelt mee dat de dagelijkse leiding wordt gewijzigd. Aanspreekpunt voor Van Dijk en Schoolkate was tot dat moment Schopman maar zal vanaf heden Plattje zijn. Inhoudelijke technische of commerciële problemen worden met Schopman besproken maar alle andere organisatorische of personele situaties worden door Plattje behandeld. De bevoegdheden van Schopman, die per 1 september 2000 nog waren uitgebreid, worden ingeperkt tan gunste van nieuwkomer Plattje.

Leusink en Crans willen de werkmaatschappij Prowi Interieur aan het management verkopen. Naast Schopman, die de leiding heeft van de afdeling projectontwikkeling en Financieel Directeur Bert Plattje omvat dit team Marcel Schoolkate, manager Produktie en Montage.

Uit organogrammen blijkt bovendien dat ook Schopman onder Plattje is geplaatst en niet naast hem. Zie FIOD rapport bijlage D/14/B (prod X). Deze bijlage toont drie scenario’s: één waarin de aandelen bij Leusink en Crans blijven, één waarbij de aandelen aan buitenstaanders worden verkocht en één waarin de aandelen aan het managementteam verkocht zouden worden. In dit laatste scenario (“plan”) is aangegeven dat Plattje 50% van de aandelen krijgt en Schopman slechts 25%.

In de scenario’s waarin Leusink en Crans aandeelhouder blijven of de aandelen aan derden worden verkocht, is een deel van de onder Schopman vallende activiteiten (werkvoorbereiding, technische werktekeningen en planning) naar Plattje verhuist. Gezien de ervaring, de leeftijd en de functieomschrijving van beide personen is dit een zeer onlogische verplaatsing van verantwoordelijkheden.

Ondertussen stelt de heer Thewessem van adviesbureau Diligence in april 2001 een Bedrijfsprofiel (prod X) en een verkoopmemorandum (“Informatiememorandum Prowi Holding B.V. april 2001”) op (prod X). In het memorandum wordt Prowi Holding te koop aangeboden en niet Prowi Interieur.

De bevoegdheden van Schopman zijn sterk verminderd ten gunste van Plattje. Ook zijn vooruitzichten op overname van de onderneming en een leidinggevende functie in de onderneming zijn sterk verminderd. En dat alles nog geen jaar nadat hij in september 2000 had afgezien van een aanmerkelijke promotie elders.

Het is begrijpelijk dat Schopman na deze maatregelen voor zichzelf geen toekomst meer ziet bij Prowi Interieur. Hij raakt in gesprek met een concurrerend bedrijf Kroezen Projects, dat hij kent doordat hij dat bedrijf bij grote drukte als onderaannemer inschakelt en geeft, voor de tweede maal binnen en jaar, te kennen dat hij wil vertrekken.

Met het vertrek van Schopman zou de onderneming haar technisch commercieel directeur verliezen en ook de manager van de afdeling projecten­/kan­toor­inrichting. Dit speelt zich juist af in de tijd dat Korver zich als kandidaat koper heeft aangediend. Leusink en Crans willen Schopman voor de onderneming behouden zolang de poging om Prowi Holding aan derden te verkopen nog loopt. Er komt dus een derde ongedateerde aanvullende overeenkomst met Schopman, die met ingang van 1 september 2001 van kracht wordt (prod X). Deze aanvulling houdt slechts in dat Schopman onder volstrekte geheimhouding omtrent alle bedrijfsaangelegenheden valt, ook wanneer zijn arbeidscontract met Prowi Interieur zal zijn beëindigd.

1d       Structuur informatieverstrekking door verkopers

Naar aanleiding van een advertentie vraagt Korver in augustus 2001 aan Diligence informatie over Prowi Holding. Diligence zendt een Bedrijfsprofiel (prod X) en verzoekt Korver op 22 augustus een permanente geheimhoudingsverklaring te tekenen. Nadat Korver deze heeft ondertekend ontvangt hij op 24 augustus 2001 per mail van Thewessem de eerste antwoorden op enkele gestelde vragen. Thewessem antwoordt onder meer dat de vraagprijs van ƒ 8.000.000 goodwill plus eigen vermogen is gebaseerd op een winst voor belasting van ruim ƒ 2.000.000. Ook stelt hij: ‘De nieuwbouw moet nu bijna klaar zijn, dus ik ben zelf ook heel benieuwd hoe het er nu uitziet.’

Korver ontvangt op 27 augustus 2001 het in april door Diligence opgestelde Informatiememorandum Prowi Holding B.V. april 2001 (“Informatiememorandum”) (prod X). Naar aanleiding van het memorandum heeft Korver vragen gesteld en deze opgenomen in een exemplaar van het Informatiememorandum. Diligence heeft op haar beurt ook de antwoorden in dat stuk opgenomen. Aldus ontstond de Vraag en antwoordenlijst (prod X). Verdere informatie zijdens verkopers is uitsluitend verschaft aan drs. H.t. Hoftijzer RA van Westerveld en Vossers, die door Korver belast is met het due diligence onderzoek.

Thewessem mailt op 28 augustus aan Korver onder meer:

‘Wat de tweede managementlaag betreft het volgende:

Er zijn geen gesprekken nog gevoerd over een management buy-out. Er zijn zeker geen toezeggingen gedaan.

1e       Namens Leusink en Crans verstrekte informatie

Op bladzijde vier van het memorandum is vermeld dat de daarin opgenomen informatie de uitdrukkelijke toestemming heeft van de aandeelhouders van Prowi Holding.

‘De belangrijkste doelgroepen van het bedrijf zijn winkelketens in de non-food sector, architecten, kantoorinrichters en aannemers.’[1]

‘De markt waarin het bedrijf functioneert is die van de winkelinrichtingen en interieurbouwprojecten.

Het klantenbestand bestaat uit vaste klanten. Voor de winkelinrichtingen (non food) zijn dat grotere en kleinere opdrachtgevers. Voor de projecten is dat een aantal architecten en aannemers. Voor de speciale producten zijn dat een aantal kantoorinrichters.’[2]

‘Van de totale productie in omzet gemeten bestaat 25% uit nieuwbouwwinkels, 45% uit winkelrenovaties en 30% uit projecten. […] Met de aanwezige kennis en ervaring is het mogelijk om elke willekeurige winkel (keten) in de non-food in te richten. Ook kunnen kantoren moeiteloos uniform ingericht worden.’[3]

Het Bedrijfsprofiel en verkoopmemorandum bevatten onder meer de volgende informatie:[4]

Een omzet van ƒ 20.000.000 kan worden behaald in de nieuwe constellatie [na voltooiing van de verbouwing].

  • ‘Winkelketens. Het bedrijf levert aan grote en nog steeds groeiende winkelketens. In de loop der jaren zijn daar zonder al te veel marketing inspanning een aantal kleinere ketens bijgekomen. Behalve het inrichten van nieuwe winkels is er ook steeds meer renovatiewerk aan de bestaande winkelketens.
  • Projecten (voornamelijk kantoren). Via een aantal grotere architectenbureaus en aannemers, komen regelmatig opdrachten binnen voor grotere interieurprojecten. Aansprekende voorbeelden zijn het Arke stadion in Enschede en het regiokantoor van KPN Telecom in Hengelo.
  • Speciale producten. Speciale producten worden meestal gemaakt in opdracht van kantoorinrichters die naast hun standaardpakket ook bijpassende maatwerkproducten, zoals kasten of balies, nodig hebben.[5]

Het verkoopteam

‘Het verkoopteam bestaat uit 4 mensen, waarvan twee parttime ondersteunend. De contacten met klanten worden onderhouden door één van de directeur – eigenaren en de technisch commercieel directeur.

De directeur – eigenaar onderhoudt tot nog toe de contacten met de “oudere” klanten. Deze contacten worden geleidelijk overgedragen aan de technisch commercieel directeur. Deze laatste werkt al 15 jaar voor het bedrijf. Hij heeft in die periode verschillende nieuwe klanten binnengehaald. Sinds 1 september 2000 is hij technisch commercieel directeur en tevens verantwoordelijk voor ontwerp, calculatie en werkvoorbereiding. Hij heeft de ambitie om algemeen directeur te worden.’[6]

‘De technisch commercieel directeur is verantwoordelijk is voor het complete verkooptraject tot en met de werkvoorbereiding’ […] De huidige technisch commercieel directeur heeft zich voor langere tijd aan het bedrijf gecommitteerd nadat een concurrent een vergeefse poging heeft ondernomen om hem over te nemen.’ [7]

Produktie volgens bedrijfsprofiel[8]

‘Na de geplande investeringen kan het bedrijf zonder noemenswaardige groei in het vaste personeelsbestand doorgroeien naar een omzet van NLG 20.000.000, ook in commercieel opzicht, omdat het klantenbestand niet alleen groeit, maar ook voor een belangrijk deel bestaat uit bedrijven die een groeistrategie volgen. […] Het bedrijf is zeer winstgevend.’

Over werknemers en organisatie

In 2001 zijn 55 medewerkers in vaste dienst van wie 15 (12 Fte’s) op kantoor en 40 in fabricage en montage. Hiervan waren 37 direct productieve medewerkers: 35 houtbewerkers en 2 metaalbewerkers. Van de 35 houtbewerkers waren 5 hooggekwalificeerde meubelmakers. Twee meubelmakers werkten niet als meubelmaker maar in coördinerende functies bij de winkelinrichting. De andere drie meubelmakers werkten allen bij projectinrichting. Eén van hen was in het eerste kwartaal 2002, kort voor de aandelenoverdracht, naar Kroezen Projects vertrokken.

Bij Prowi Interieur werkten 3 architecten, van wie 2 voor projectinrichting, en 2 projectbegeleiders van wie 1 voor projectinrichting.

Het management van Prowi Interieur werd gevoerd door de statutaire directeuren Leusink en Crans.[9]

Ook is in het Informatiememorandum vermeld:

‘De huidige directie heeft voor een professionele “tweede lijn” gezorgd, bestaande uit een financiële man, een commerciële man en een bedrijfsleider.’

Hieruit kan slechts geconcludeerd worden dat het managementteam compleet is en dat er geen potentieel tekort in het managementteam bestaat.

Informatieverstrekking

‘Bij de opstelling van dit memorandum is gebruik gemaakt van gegevens zoals deze zijn aangeleverd door Prowi Holding B.V. en haar dochterondernemingen.’

‘Door de nauwe betrokkenheid van één van beide directeuren bij de administratie en de andere directeur bij de productie is de directie voortdurend op de hoogte van de actuele stand van zaken binnen de onderneming.’[10]

Verkopers wijzen aansprakelijkheid af[11]

‘De informatie in dit document is niet door derden gecontroleerd, terwijl geen accountantscontrole is toegepast op het gepresenteerde cijfermate­riaal en kan geen enkele partij aansprakelijk worden gesteld voor onjuis­te of onvolledige informatie of voor nadien te verstrekken informatie.

Geïnteresseerde partijen zullen een zelfstandige analyse en een zelfstandig oordeel moeten vormen van de in dit document opgenomen informatie. De hierin opgenomen informatie heeft de uitdrukkelijke toestemming van de aandeelhouders van Prowi Holding B.V.’

Tenslotte is ook vermeld[12]

‘Voor de goede orde wijzen wij erop dat op geen enkele wijze een geïnteresseerde partij met personeelsleden, de aandeelhouders, de adviseurs en/of klanten van de onderneming contact mag opnemen ten aanzien van dit informatiememorandum en de hierin opgenomen gegevens, anders dan na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de directie van Prowi Holding B.V. Dit betreft uiteraard niet de reeds bestaande contacten voortkomend uit zakelijke en persoonlijke relaties anders dan betrekking hebbend op een eventuele acquisitie.’

Het resultaat na VpB van Prowi Interieur ontwikkelde zich als volgt:

1997                                      € 108.000

1998                                      € 216.000

1999                                      € 576.000

2000                                      € 594.000

2001 kwartaal 1 t/m 3    € 401.000[13]

1f        Korver, Leusink en Crans ondertekenen intentieovereenkomst

Op 27 november 2001 sluit Korver een intentieovereenkomst tot koop van de aandelen Prowi Holding met Leusink en Crans op voorwaarde dat hij de benodigde financiering kan verkrijgen. (prod X) De overeenkomst omvat onder meer de volgende tekst:

‘Gerard Korver wil aangaande de koop van de aandelen van Prowi Holding B.V. zo spoedig mogelijk overeenstemming met de verkopende partijen bereiken. Als basis voor de koop van de aandelen van Prowi Holding B.V. geldt een koopprijs van 8 miljoen NLG, plus de waarde van het dan geldende eigen vermogen van Prowi Holding B.V..’

1g       Due Diligence onderzoek

Na ondertekening van de intentieovereenkomst geeft Korver aan de heer drs. H.Th.C. Hoftijzer RA van Westerveld & Vossers opdracht een due diligence onderzoek uit te voeren. Op 22 december 2001 brengt Hoftijzer rapport uit onder de naam Onderzoek Overname Prowi Holding B.V. (Hengelo – O). Uit dit rapport blijkt dat over de eerste negen maanden van 2001 een netto resultaat na vennootschapsbelasting is geboekt van € 401.142.

1h       Koopovereenkomst 1 februari 2002 (prod X)

Artikel 3.7 van de op 1 februari 2002 getekende koopovereenkomst vermeldt:

‘Verkopers zijn aansprakelijk voor alle claims/vorderingen, hoegenaamd ook, die voortvloeien uit werkzaamheden van de vennootschap tot en met de datum van overdracht van de aandelen als bedoeld in artikel 1. Verkopers vrijwaren Olimar volledig voor mogelijke aanspraken, direct en indirect en hoegenaamd ook. Een en ander voorzover niet betrekkinghebbend op de op de balans opgenomen garantie­voorziening.’

Artikel 3.10 van de koopovereenkomst bevat onder meer de volgende tekst:

‘De rekening courant verhouding met de directie dient per overname datum een nihilsaldo te omvatten.’

Artikel 3.11 van de koopvereenkomst bevat onder meer de volgende tekst:

‘Verkopers garanderen derhalve de juistheid en de volledigheid van de balans van de vennootschap per 31 december 2000. Met uitzondering van het bepaalde in artikel 3.6. [Een navordering van het GAK  van december 2001].’

Voor de balans 2001 is geen garantie afgegeven.

Artikel 3.12 van de koopovereenkomst bevat onder meer de volgende tekst:

‘Verkopers staan ervoor in, dat de hiervoor afgegeven garanties juist en volledig zijn. Door de vennootschap of Olimar aangetoonde schade als gevolg van onjuistheid van enige hiervoor afgegeven garantie impliceert dat de koopsom gelijk met de hoogte van de vordering van de vennootschap c.q. Olimar op Hedec Beheer B.V. en Jedacol Beheer B.V. wordt verminderd. Hedec Beheer B.V. en Jedacol Beheer B.V. zijn dienaangaande jegens Olimar volledig schadeplichtig en zullen op eerste verzoek van de vennootschap c.q. van Olimar ervoor zorgdragen dat mogelijke claims terzake binnen drie maanden worden gehonoreerd.’

Artikel 6.1 van de koopovereenkomst luidt als volgt:

‘Deze overeenkomst wordt ontbonden indien Olimar niet voor 1 april 2002 in staat is te voldoen aan de financiële verplichten zoals bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van deze overeenkomst, anders dan door nalatigheid van Olimar of de heer G. Korver.’

De ING Bank blijkt niet bereid het aankoopbedrag geheel te financieren en eist dat Korver ƒ 1.500.000 eigen geld inbrengt en dat Leusink en Crans elk een half miljoen gulden in de onderneming laten zitten. Deze eis van de ING Bank blijkt uit een mail van Hoftijzer van 5 maart 2002 aan de heer Leinweber (prod X) waarin Hoftijzer verklaart: ‘De ING heeft akkoord gegeven voor de financiering van de overname door de heer Korver van Prowi. Ze verwachten een eigen geld van f 1.500.000, terwijl de oud aandeelhouders ieder een f 500.000 in de onderneming laten.

1i         Aandelenoverdracht op 25 maart 2002

Op 25 maart 2002 werden de aandelen aan Olimar geleverd. In de leveringsakte (akte JK / RW / 2002.000594.01) zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

Terzake de restant koopsom hebben ieder van genoemde Jedacol Beheer B.V. en Hedec Beheer B.V. om baat afstand gedaan van de vordering tot betaling van een gedeelte van de koopsom ter grootte van […] (één miljoen gulden), derhalve in totaal tot een bedrag van […] (twee miljoen gulden), welke afstanddoening door de koper wordt aanvaard. De koper verklaart schuldig te zijn aan ieder van genoemde Jedacol Beheer B.V. en Hedec Beheer B.V. een bedrag ter grootte van […] (één miljoen gulden). De voorwaarden en bedingen waaronder de koper gemelde bedragen schuldig is aan de beide schuldeisers zijn vastgelegd in (een) geldleningsovereenkomst(en), welke aan de akte zal (zullen) worden gehecht.[14]

Er bestaat een overeenkomst van geldlening met nummer JK / 2002.000594.01 op papier van notaris Kamphuis (prod X). Deze is op 25 maart 2002 in duplo getekend door Korver, Crans en Leusink. Kennelijk is dit de bijlage zoals bedoeld in de akte levering  van aandelen. In deze overeenkomst tot geldlening is bepaald dat Olimar  wegens op heden ter leen ontvangen gelden schuldig is aan ieder van genoemde Jedacol Beheer en Hedec Beheer een bedrag van € 226.890 onder de bepaling dat de hoofdsom uiterlijk op 1 juni 2002 afgelost moet zijn. Het is een renteloze lening, van kennelijk 500.000 gulden per persoon.

Kredieten, leningen, zekerheden en aandeelhoudersvergaderingen op 25 maart 2002

Achtergestelde lening van Hedec Beheer en Jedacol Beheer aan Olimar

Op 25 maart 2002 zijn, op blanco papier, ook twee andere Overeenkomsten tot geldlening ondertekend. Eén is een lening van Hedec Beheer aan Olimar van € 226.890 met 5,5% rente die wordt afgelost na vaststelling van de geconsolideerde jaarcijfers 2003 van Olimar maar mede onder door ING Bank te bepalen voorwaarden (prod X). De andere is een lening van Jedacol Beheer aan Olimar met dezelfde bedragen en onder dezelfde voorwaarden.

Op 25 maart 2002 geeft kredietnemer Olimar het gehele geplaatste en volgestort kapitaal van Prowi Holding in pand aan de ING Bank N.V. ter meerdere zekerheid voor betaling of teruggave van al hetgeen de bank nu of te eniger tijd schuldig mocht zijn of worden.

Op 25 maart 2002 geven Prowi Holding, Prowi Interieur en Crale voor een lening met hoofdsom € 500.000 voor € 800.000 aan de ING Bank het recht van 1e hypotheek op alle onroerend goed aan de Chopinstraat 10,  11, 12 en 13 te Hengelo.

Op 25 maart 2002 wordt zowel door Prowi Holding B.V. als door Prowi Interieur B.V. een aandeelhoudersvergadering gehouden waarin Leusink en Crans gedechargeerd zijn voor het door hem gevoerde beleid en waarin Olimar tot directeur wordt benoemd. De notulen zijn ondertekend door Korver, Leusink en Crans.

Het fabrieksterrein van circa 4500 vierkante meter  was, inclusief bebouwing, eigendom van Prowi Holding. De grond was niet verontreinigd. Wel was buiten haar schuld en aansprakelijkheid een deel van het grondwater verontreinigd. Er rustte geen schoonmaakverplichting op het fabrieksterrein of op eigenaar Prowi Holding. Naast het fabrieksterrein lag een verontreinigd terrein van circa 3000 vierkante meter dat op juli 1998 voor 285.000 gulden (€ 137.087) door Crale B.V. in eigendom was verkregen. Dit terrein stond buiten het productie- en verkoopproces en werd uitsluitend voor opslag gebruikt. Crale en Prowi Holding waren in 1998 met de provincie Overijssel overeengekomen  dat wanneer Crale haar grond zou reinigen de provincie het grondwater onder de terreinen van Crale en Prowi Holding zou reinigen. In de overeenkomst was ook bepaald dat Crale de schoonmaakkosten slechts tot een bedrag van 300.000 gulden hoefde te dragen. Voorzover de schoonmaakkosten hoger zouden uitvallen zouden die door de provincie worden gedragen.

1j         Geheime liquidatie verkoopafdeling

Thewessem van Diligence heeft per mail aan Kover bevestigd dat hij vooraf op de hoogte gesteld zou worden van belangrijke ontwikkelingen (prod X).

In het informatiememorandum was meegedeeld dat het verkoopteam uit vier mensen bestond. Op 25 maart 2002 bleek dat de verkoopafdeling in werkelijkheid slechts één persoon omvatte. Deze was pas in december 2001 in dienst getreden en beschikte niet over relevante ervaring (was eerder werkzaam in de transportbranche). Uit de stukken die Plattje op 16 september 2002 aan de ING Bank ter beschikking heeft gesteld (prod X) blijkt dat deze enige verkoper in het 1e kwartaal van 2002 voor € 671 (zegge: zeshonderdeenenzeventig euro) heeft verkocht. De verkoopafdeling, die vrijwel uitsluitend voor projectinrichting werkte, bestond op 25 maart 2002 in feite niet meer en was, zonder dat Olimar of Korver daarvan op de hoogte waren gesteld, geliquideerd.

1k       Geheime liquidatie afdeling projectinrichting

Leusink en Crans ventileerden via Diligence vrijwel voortdurend positieve berichten over de gang van zaken en de ontwikkeling van de resultaten van Prowi Interieur. Dat deze informatie bewust in strijd met de waarheid aan Korver en/of aan Olimar i.o. is verstrekt  blijkt uit de gespreksverslagen van het managementteam waarover Korver pas later de beschikking kreeg.

Op 15 augustus 2001 vergaderen Plattje, Schopman, Schoolkate en Van Dijk. Van het gesprek is onder meer het volgende genotuleerd:

ONDERBEZETTING in de fabriek. Schoolkate heeft deze week 2 keer aangegeven dat hij te weinig “werk” in de fabriek heeft. Dit komt deels door de terugloop van Bart Smit en De Marskramer. Schopman heeft echter werk genoeg. Probleem blijft dat de calculaties, offertes, werktekeningen en voorbereidingen niet op tijd af zijn. Aan de andere kant heeft Schopman gehoord dat de planning bijna vol zat. ‘Plattje geeft aan dat het vijf voor twaalf is. Actie is direct noodzakelijk.’

De calculaties, offertes, werktekeningen en voorbereidingen vallen sinds 5 april onder verantwoordelijkheid van Plattje.

Duidelijk blijkt dat de omzet in augustus 2001 ernstig was teruggelopen (hetgeen voor Korver en Olimar altijd verzwegen is) en dat actie direct noodzakelijk was. Er wordt echter geen actie ondernomen. Pas op 5 februari 2002, nadat Olimar i.o. de aandelen Prowi Holding had gekocht, vraagt Prowi Interieur aan het CWI toestemming voor ontslag van 11 medewerkers(prod X). Echter niet van de afdeling winkelinrichting zoals men zou verwachten maar van de afdeling projectinrichting. In de brief wordt het argument gebruikt dat de hoeveelheid werk in oktober en november 2001 ernstig was teruggelopen. Deze informatie was voor Korver en Hoftijzer angstvallig geheim gehouden. Van de 11 medewerkers voor wie ontslag wordt aangevraagd waren 9 direct produktieven met de volgende functies:

2 meubelmakers

6 andere houtbewerkers

1 metaalbewerker

Het betrof:

  1. A. Oude Kamphuis,
  2. B. Kappert (metaalbewerker volgens Plattje op 19 februari),
  3. R. Prinsen (magazijnmeester volgens Plattje op 19 februari),
  4. R. Blankenstein (magazijnmeester volgens Plattje op 19 januari),
  5. M. Palopis ,
  6. H.J. Achterhuis,
  7. M. Berendsen (monteur volgens Plattje op 19 februari),
  8. M. ter Heggeler, monteur,
  9. M. van den Dolder (liep in de WAO)

Ook voor bijna alle indirecten bij projectinrichting werd ontslag aangevraagd.

Enkele weken later werd, eveneens zonder Korver of Hoftijzer te informeren, ontslag aangevraagd voor de resterende medewerkers van projectinrichting: 1 houtbewerker en 1 architect. Verkopers Leusink en Crans hadden kort nadat Korver de aandelen Prowi Holding had gekocht, maar voordat ze waren geleverd, in het geheim aan de volgende medewerkers van de afdeling projectinrichting ontslag aangezegd:

Ontslagen direct productieve medewerkers       ontslagen indirect productieve medewerkers

meubelmakers                                                2                             projectbegeleider          1

andere houtbewerkers                               7                             architecten                        2

metaalbewerker                           1                                                                                  

Totaal                                               10                                                                             3

De ontslagen direct productieve medewerkers vormden 30% van het totaal aantal direct productieve medewerkers van Prowi Interieur. Ook was aan alle  indirecten van de afdeling projectinrichting ontslag aangezegd. Korver werd op 25 maart 2002 tijdens zijn kennismakingsbijeenkomst met het personeel na de aandelenoverdracht onverwacht met de ontslagen geconfronteerd. Aan het eind van deze bijeenkomst overhandigt Schopman zijn ontslagbrief aan Korver (prod X). Met deze ontslagbrief  was de liquidatie van de afdeling voltooid. Dat Korver er in is geslaagd de helft van de mensen voor wie ontslag was aangevraagd voor de onderneming te behouden doet daar niets aan af.

1l         Geheime prijsverlaging Bart Smit B.V.

Op enig moment heeft Prowi Interieur voor haar grootste klant – Bart Smit – een op 1 oktober 2001 ingaande prijslijst opgesteld. Geheel buiten medeweten van Olimar en Korver om heeft Prowi Interieur (dus Leusink en Crans) voor Bart Smit een nieuwe prijslijst opgesteld die op 1 januari 2002 inging. In die lijst waren alle artikelen met 5% tot 30% in prijs verlaagd ten opzichte van de lijst die op 1 oktober 2001 van kracht was geworden. Ook was overeengekomen dat transportkosten niet meer doorberekend zouden worden voor kleine orders.

1m      Geheime prijsverlaging De Marskramer B.V.

In een brief van 7 maart 2002 van Prowi Interieur aan Marskramer BV (prod X) bevestigt Crans een gesprek met de heer R. Lems van Marskramer. In die brief is onder het hoofd Leveringscondities vermeld dat over losse leveringen onder de €3.500 10% korting wordt verleend. Onder het hoofd Betalingscondities is in algemene zin vermeld: ‘U ontvangt 20% korting. Hiervoor ontvangt u een creditnota.‘ Onder het hoofd Bonus is vermeld dat Marskramer 5% bonuskorting krijgt over de netto jaaromzet indien die omzet groter is dan € 1.500.000 en van 3% wanneer de jaaromzet onder die grens blijft. Afgezien van de omzet bonus die ook in voorgaande jaren al bestond lag het nieuwe kortingspercentage dus tussen de 10% en de 30% (namelijk 10% plus 20%). Uit de brief blijkt niet wat de ingangsdatum was. Daarom moet worden aangenomen dat deze afspraken per direct ingingen.

Effect prijsverlagingen Bart Smit en De Marskramer op het resultaat van Prowi Interieur

Per 1 januari 2002 wordt een voor Korver geheimgehouden prijsverlaging voor Bart Smit van 5% tot 30% (gemiddeld 17,5%) van kracht (prod X). De omzet aan Bart Smit en De Marskramer in 2001 was tezamen € 2,8 miljoen. Bij die omzet heeft een prijsverlaging van gemiddeld 17,5% een negatief effect op resultaat en liquiditeit van Prowi Interieur van € 490.000 per jaar. Omdat bij De Marskramer zelfs 20% korting werd verleend is het effect nog groter. Het resultaat voor belastingen van Prowi Interieur over 2001 was circa € 570.000. In 2001 waren Bart Smit en Marskramer goed voor 65% van de omzet. Aannemelijk is dat deze twee klanten ook voor circa 65% van het resultaat goed waren dus voor € 370.000. Door het negatieve effect van € 490.000 waren deze beide klanten dus definitief verliesgevend geworden. Na de liquidatie van de afdeling projecten/kantoorinrichting genereerden Bart Smit en Marskramer 85% van de resterende omzet. De omzet die na deze liquidatie overbleef kon dus niet meer winstgevend zijn.

Door de geheime prijsverlagingen konden Leusink en Crans erop vertrouwen dat Prowi Interieur in 2002 verlies zou lijden. Leusink en Crans hebben inderdaad verliezen gebudgetteerd, hoewel voor de aandelenverkoop en de aandelenoverdracht over een zeer winstgevende onderneming werd gesproken. Uit het stuk ‘Budgetten 2002 versus werkelijkheid april’ (prod X) blijkt dat t/m augustus 2002 een verlies vóór belasting van € 207.210 was gebudgetteerd. Dit staat in schril contrast met de aan Korver en Olimar i.o. verschafte informatie.

1n       Dubbele managementvergoeding (2 x f 180.000).

Gedurende het jaar 2001 is in alle 12 maanden op hetzij de 25e, hetzij de 26e van de maand ƒ 29.750 aan managementvergoeding overgemaakt aan Hedec Beheer en Jedacol Beheer. In totaal dus ƒ 357.000, inclusief BTW. Exclusief BTW hebben Hedec Beheer en Jedacol Beheer over 2001 elk ƒ 300.000 aan managementvergoeding ontvangen.

Nadat Korver op 27 november 2001 een intentieverklaring had getekend, stuurt Leusink op 30 november 2001 zowel voor zijn eigen vennootschap Jedacol Beheer als voor de vennootschap van Crans, Hedec Beheer, niet genummerde rekeningen van ƒ 180.000 wegens achterstallig managementfee naar Prowi Interieur (prod X). Prowi Interieur betaalt op 11 december. Dit blijkt uit bankafschrift 238 (prod X).

1o       Uitkering van ƒ 977.099 dividend aan niet-aandeelhouders

Blijkens bankafschrift 0072 (prod X) is op 17 april 2001 aan Hedec Beheer en Jedacol Beheer over het jaar 2000 elk ƒ 150.000 dividend uitgekeerd, terwijl deze vennootschappen geen aandeelhouder van Prowi Interieur waren.

Blijkens bankafschrift 200 (prod X) van 18 oktober 2001 ontving Jedacol Beheer wederom dividend over het jaar 2000, ditmaal ter grootte van ƒ 254.848 en ontving Hedec Beheer wederom een dividend over het jaar 2000, ditmaal ter grootte van ƒ 282.251.

Blijkens bankafschrift 0238 (prod X) is op 11 december (twee weken na ondertekening van de intentieovereenkomst) wederom aan beide niet-aandeelhouders dividend uitgekeerd, ditmaal van ƒ 70.000 elk en wederom over het jaar 2000. In totaal is in 2001 onder het mom van dividend over 2000 aan Hedec Beheer ƒ 502.251 uitgekeerd en aan Jedacol Beheer ƒ 474.848 terwijl geen van beide besloten vennootschappen aandeelhouder van Prowi Interieur was. Prowi Holding was aandeelhouder van Prowi Interieur.

1p       Geheime verliezen 1e kwartaal 2002

Begin april 2002, vrijwel direct nadat Olimar de aandelen Prowi Holding heeft overgenomen, blijkt dat Prowi Interieur  in het 1e kwartaal 2002 een verlies van € 344.746[15] heeft geleden. Dit enorme verlies was in strijd met de financiële informatie die verkopers aan Korver/­Olimar hadden verschaft. Als gevolg van dit verlies daalde de liquiditeit van de onderneming met vrijwel hetzelfde bedrag. Ook werd het vertrouwen van ING Bank ernstig geschonden.

Tabel 1 Verhouding omzet / bedrijfslasten in 2001 met 1e kwartaal 2002

                                                              2001[16]           2001/kwartaal                            1e kw 2002[17]

Grondstoffen/inkoop[18]        2.246.000                      562.000                                   358.000

Personeelskosten                2.001.000                        500.000                                   465.000

Overige bedrijfslasten           716.000                         179.000                                   215.000

Bedrijfslasten                         4.263.000                   1.241.000                                 1.038.000

Omzet                                        5.343.000                  1.336.000 (108%)                     693.000 (67%)

In 1998 was de omzet ruim 105% van de bedrijfslasten, in 1999 was de omzet 115% van de bedrijfslasten, in 2000 was de omzet 118% van de bedrijfslasten en in 2001 was de omzet 108% van de bedrijfslasten. Dat zijn normale getallen.

Het resultaat over het eerste kwartaal 2002 is echter bizar. Er waren geen buitengewone lasten, dus daardoor kan het verlies niet zijn veroorzaakt.

Het bedrag aan bedrijfslasten (grondstoffen, inkoop, personeelskosten en overige bedrijfskosten) ad € 1.038.000 over het 1e kwartaal was normaal te noemen. Eén punt was echter volstrekt abnormaal: de omzet was slechts 67% van de bedrijfslasten. Dat is volstrekt ongeloofwaardig. Normaal is dat de omzet groter is dan de bedrijfslasten. Wanneer de omzet bijvoorbeeld 108% van de bedrijfslasten zou hebben bedragen (net zoals in 2001) zou de omzet over het 1e kwartaal niet € 693.000 maar € 1.121.000 hebben bedragen. Dan zou het 1e kwartaal niet een verlies van € 345.000 maar een winst van € 83.000 hebben opgeleverd. Er kan slechts geconstateerd worden dat met betrekking tot het eerste kwartaal 2002 voor honderdduizenden euro’s gratis is gewerkt. Dit hangt vermoedelijk samen met het gratis werk aan de villa van mevrouw Leusink Oberjé. Zie hoofdstuk 2b.

2       Faillissement Prowi Interieur / liquiditeitsvermindering

2a           Onjuist en vertraagd factureren en incasseren.

Vóór de overname door Olimar factureert Prowi Interieur gemiddeld 5 dagen na levering. Na de overname door Olimar factureert Plattje na gemiddeld na 40 dagen. Dat is gemiddeld 35 dagen later. Daardoor blijft gemiddeld 10% van de omzet onnodig als debiteur staan. Bij een omzet van € 4.000.000 is de liquiditeit voortdurend € 400.000 minder dan bij normale facturatie en incasso snelheid het geval zou zijn. Bovendien incasseert Plattje de facturen na 25 maart 2002 trager.

De samenwerking van Plattje en Leusink blijkt uit de brief van Leusink van 17 juli 2002 aan Prowi Interieur (prod X) waarin hij, in reactie op een door Prowi Interieur eerder opgelegd verbod contact met werknemers van Prowi te onderhouden, schrijft dat hij zal voortgaan met het onderhouden van contacten.

2b           Niet factureren villa Leusink.

Prowi Interieur levert de laatste maanden van 2001 en de eerste maanden van 2002 goederen en diensten aan mevrouw Leusink Oberjé voor de afwerking van haar nieuwe villa. Financieel directeur Plattje, tot 25 maart 2002 onder toezicht van de statutaire directie Leusink en Crans, zendt voor deze leveranties geen facturen uit. Een lijst met enkele geselecteerde leveranties is als produktie bijgevoegd (prod X). De orders waren niet door mevrouw Leusink maar door Leusink zelf geplaatst. Zie prod X.

Korver bemerkte een en ander op 11 juni 2002 doordat op een factuur van de firma Jongeneel die in de administratie werd gevonden het toenmalige privé adres van Leusink (Pisuissestraat in Hengelo) als afleveradres was vermeld.

Blijkens een akte d.d. 31 december 1998 was Leusink op dat moment op huwelijkse voorwaarden gehuwd met Geertruidis Maria Elisabeth Oberjé in voor beiden eerste echt. Blijkens de leveringsakte van de aandelen  van 25 maart 2002 was Leusink toen met mevrouw Oberjé op huwelijkse voorwaarden gehuwd in voor beiden tweede echt.

Leusink deelde in december 2001 aan Korver mee dat hij in scheiding lag. Enkele weken later deelde Leusink langs zijn neus weg aan Korver mee dat hij weer gehuwd was.[19] Leusink heeft met de wijziging van zijn huwelijkse voorwaarden (voorlopig) bereikt dat Korver en Olimar voor claims tegen Leusink geen beslag op zijn villa konden leggen omdat die sinds de wijziging buiten de huwelijksgoederengemeenschap viel.

De rechtbank Almelo heeft in een strafzaak tegen Leusink al eerder over hem geoordeeld dat hij slinks is en derden gebruikt om zijn doelen te bereiken. (prod X).

2c           Te laat factureren aan Van Norel B.V.

Prowi Interieur had in juli 2002 een opdracht van € 260.000 van het Ministerie van defensie binnengehaald. Deze opdracht liep via Bouwbedrijf Van Norel B.V. Blijkens de algemene voorwaarden waarmee Van Norel was akkoord gegaan had Prowi Interieur het recht dit bedrag, zijnde een voorschot van 40% van de aanneemsom, vooruit te factureren.

Financieel Directeur Plattje heeft tot 29 augustus 2002 gewacht met het versturen van die factuur waardoor de liquiditeit van Prowi Interieur  met € 70.000 is verminderd.

Het niet of te laat factureren heeft tot gevolg dat de liquiditeit van Prowi Interieur, dus indirect van aandeelhouder Olimar, eind augustus vele honderdduizenden euro’s minder is dan wanneer tijdig gefactureerd zou zijn.

2d           Geheim verlies 1e kwartaal 2002

Door het voor Olimar en Korver totaal onverwachte verlies van Prowi Interieur van  € 345.000 vóór belasting in het eerste kwartaal is ook de liquiditeit met dit bedrag verminderd. Mede door deze liquiditeitsvermindering is het voor Olimar onmogelijk in de zomer van 2002 de lening van ƒ 1.000.000 van Olimar aan Hedec Beheer en Jedacol Beheer af te lossen.

2e           Geheime prijsverlaging voor Bart Smit B.V. en De Marskramer B.V.

Hiervoor is al berekend dat de prijsverlagingen van Bart Smit en Marskramer bij de omzet van 2001 een negatief effect op het resultaat van € 490.000 gehad zou hebben. Ook bij de verlaagde omzet in 2002 had de geheime prijsverlaging zeer negatieve gevolgen voor de liquiditeit van Prowi Interieur. Met de geheime prijsverlagingen hebben Leusink en Crans naar liquiditeitstekorten en dus naar het faillissement toegewerkt.

2f           Vertraagd factureren De Marskramer

Op bijna alle aan De Marskramer B.V. uitgebrachte facturen is vermeld op welke datum de gefactureerde prestatie is geleverd. Wanneer de leveringsdatum wordt vergeleken met de factuurdatum blijkt dat Plattje na 1 april 2002 gemiddeld 39,8 dagen liet verstrijken voordat hij tot facturering aan De Marskramer overging (prod X). Dat is gemiddeld 35 dagen langer dan normaal en ook circa 35 dagen langer dan Plattje voor de aandelenoverdracht op 25 maart 2002 liet verstrijken.

2g           Interne credit facturen ad € 165.755

Zestig facturen die na 25 maart 2002 aan De Marskramer waren uitgeschreven voldeden niet aan de afgesproken vormgeving (prod X). De Marskamer heeft deze 60 facturen met een totaalbedrag van € 165.755 plus BTW naar Prowi Interieur teruggezonden. Plattje heeft deze noch gecorrigeerd, noch geïncasseerd. Wel heeft Plattje van deze 60 facturen fotokopieën gemaakt en daar met de hand op geschreven: ‘interne creditfactuur’[20] zonder dat een eigen factuurnummer werd bijgeschreven.

Op 31 augustus 2002 (één dag nadat Hedec Beheer en Jedacol Beheer het kort geding tegen Olimar hadden gewonnen) draaide Plattje de omzet met betrekking tot deze 60 facturen terug.[21] Ook draaide hij voor deze 60 facturen de post debiteuren terug.[22] Hiermee verminderde Plattje resultaat en liquiditeit van Prowi Interieur met € 165.755.

De door Plattje na de faillietverklaring aan de curator van Prowi Interieur overhandigde debiteurenlijst is vervalst door 60 facturen met een totaalbedrag van € 165.755 niet op deze lijst te zetten. Hierdoor is ook de curator van Prowi Interieur bedrogen.

Blijkens het grootboek van VOF Prowi[23] zijn deze facturen per oorspronkelijke datum in de boekhouding van VOF Prowi ingevoerd. VOF Prowi heeft deze bedragen ook geïncasseerd zoals blijkt uit het grootboek van VOF Prowi, respectievelijk uit dagboek 800 ‘verkopen’ en uit dagboek 812 voor de verkoop van uren. Over dit bedrag van € 165.755 heeft de curator geen vordering tegen de VOF en/of haar vennoten ingesteld.

2h           Niet factureren van geleverde diensten (€ 340.000)

Reeds vanaf april 2002 verzuimt Plattje voor akkoord getekende afleveringsbonnen tot een bedrag van ca. € 340.000 te factureren. De curator voert hiervoor een procedure tegen Leusink, Crans, Plattje en Schoolkate die nu bij de Hoge Raad ligt. Deze is inmiddels in het voordeel van de curator beslist geworden.

2i            Olimar verliest Kort Geding en moet € 453.780 betalen

In mei 2002 vindt een gesprek plaats tussen Korver en Leusink/Crans met wederzijdse adviseurs over verlaging van de aankoopprijs. Jedacol Beheer en Hedec Beheer persisteren bij aflossing op 1 juni 2002 van hun leningen van gezamenlijk € 453.780 (ƒ 1.000.000). Door het verlies van € 345.000 in het 1e kwartaal en de onjuiste dividenduitkeringen is Olimar niet in staat de leningen af te lossen. Beide vennootschappen spannen een kort geding aan tegen Olimar met als eis betaling van € 453.780. Op 30 augustus 2002 winnen ze dat kort geding. Enkele dagen later eisen Jedacol Beheer en Hedec Beheer de toegewezen bedragen op.

2j            Plattje overhandigt valse stukken aan de ING Bank

Wanneer Korver aan de ING Bank vraagt € 453.780 over te maken komt een vertegenwoordiger van ING Bank op 12 of 13 september op bezoek. Deze, de heer H.K. Bakker, vraagt om financiële gegevens.

Op maandag 16 september om 12:05 uur zendt Plattje, buiten medeweten van Korver, per fax valse stukken naar Bakker: een resultatenrekening van Prowi Interieur over januari t/m augustus 2002 met jaarprognose (prod X). Plattje stelt over januari t/m augustus een resultaat van € – 383.274. Dat bedrag vermenigvuldigt hij met 1,5 en daarna verzint hij € 500.000 reorganisatiekosten. Zo komt hij op een prognoseverlies van € 1.105.309. Het door Plattje getoonde verlies is exclusief geleverde, niet gefactureerde, prestaties en interne creditfacturen maar inclusief het verlies over het 1e kwartaal.

Na ontvangst van de valse stukken zegt de ING Bank alle kredieten op.

Tabel 2                 Correcties op door Plattje vervalste resultaten en prognoses

Resultaat januari – augustus 2002 volgens Plattje                           – 383.274             (1)

Bij: geleverde maar niet gefactureerde prestaties                          + 340.000            (2)

Bij: intern gecrediteerde facturen                                                         + 165.755            (3)

Werkelijk resultaat over januari – augustus 2002                            + 122.481            (4)

Bij : verlies in 1e kwartaal                                                                    + 345.000            (5)

Werkelijk resultaat over april – augustus 2002                                  + 467.481            (6)

Prognose april – december (9/5 x (6)                                                   + 841.466            (7)

Prognose januari – december  (7) – (5) =                                            + 496.466

Een primitieve prognose komt op 1,5 x (4) ofwel  € + 183.721 en niet op € – 605.309. Een prognose moet echter op april t/m augustus gebaseerd zijn omdat in die periode een nieuwe eigenaar en nieuw management is aangetreden.

Korver is pas in de zomer 2006 op de hoogte geraakt van het bestaan van de door Plattje opgestelde valse schriftelijke stukken.

Inmiddels hebben Jedacol Beheer en Hedec Beheer het faillissement van Olimar aangevraagd. Dat wordt op 18 september uitgesproken, waarna de faillissementen van alle dochtermaatschappijen op 20 september worden uitgesproken. Op 23 en 24 september roept ING Bank de borgstellingen van € 150.000 en € 101.000 op Korver in.

3       Leusink en Crans overtreden concurrentiebeding

De op 1 februari 2002 gesloten koopovereenkomst inzake de aandelen Prowi Holding is ondertekend door Leusink, Crans, Jedacol Beheer, Hedec Beheer, Prowi Holding en Gerard Korver voor zichzelf en voor Olimar B.V. i.o.

De koopovereenkomst omvatte onder meer een niet in de tijd begrensd concurrentiebeding van Leusink en Crans tegenover Olimar B.V.. Het concurrentiebeding hield in ‘een niet voor verrekening of matiging vatbare boete groot eenhonderdduizend euro (€ 100.000,00) per overtreding, alsmede vijfduizend euro (€ 5.000,00) voor iedere dag dat de overtreding duurt, onverminderd het recht van koper op volledige vergoeding van schade, kosten en rente.’

Artikel 5.4 van de koopovereenkomst bevat een non-concurrentiebeding en luidt als volgt:

‘Het is verkopers of aan verkopers gelieerde ondernemingen verboden ná overdracht van de aandelen als bedoeld in artikel 1 voor eigen rekening of voor rekening van anderen of voor gezamenlijke rekening met anderen, dan wel anders dan ten behoeve van en ten dienste van Olimar, werkzaamheden te verrichten die vallen onder de doelomschrijving van Prowi Interieur B.V., dit beperkt tot artikel 2 lid a en b van de statuten van Prowi Interieur B.V. zie bijlage IV. Deze bepaling geldt voor onbepaalde tijd.

Het is verkopers of aan verkopers gelieerde ondernemingen verboden, tenzij in onderling overleg tussen partijen anders wordt overeengekomen, een bedrijf of onderneming uit te oefenen op het gebied van de doelomschrijving van Prowi Interieur B.V., noch rechtstreeks nog zijdelings hierbij betrokken zijn, danwel hierbij werkzaam zijn. Deze bepaling geldt voor onbepaalde tijd.

Voor elke overtreding van het bepaalde in dit artikel verbeuren verkopers ten behoeve van Olimar op eerste aanmaning en zonder dat ingebrekestelling is vereist een niet voor verrekening of matiging vatbare boete groot eenhonderdduizend euro (€ 100.000,00) per overtreding, alsmede vijfduizend euro (€ 5.000,00) voor iedere dag dat de overtreding duurt, onverminderd het recht van koper op volledige vergoeding van schade, kosten en rente.’

Zodra het faillissement is uitgesproken treden Leusink en Plattje in overleg met de curator om de onderneming te kopen. Enkele weken nadat het faillissement is uitgesproken kopen Leusink, Crans, Plattje en M.G.J. Schoolkate via hun B.V.’s het zichtbare deel van de onderneming van de curator en zetten deze voort onder de naam VOF Prowi. Leusink en Crans blijven tot medio 2004 vennoot van VOF Prowi. Dan treden zij uit. (prod X).

Leusink heeft het concurrentiebeding minstens sinds 17 juli 2002 overtreden door ondanks een schriftelijk verbod van Korver, contacten te blijven onderhouden met werknemers van Prowi Interieur. Leusink en Crans hebben het concurrentiebeding sinds 22 augustus 2002 overtreden doordat hun advocaat toen in een kortgeding tegen Olimar B.V. meedeelde dat Leusink Plattje wilde helpen met het overnemen van de onderneming van Prowi, althans sinds 13 september 2002 toen Leusink op een door hem georganiseerd feest mededeelde dat hij de onderneming weer zou gaan leiden, althans sinds 18 september toen hij persoonlijk namens Prowi Interieur via de Prowi Postbank rekening,  een bedrag van € 5.863 naar de curator overmaakte, althans sinds 19 september toen hij tezamen met Plattje met de curator onderhandelde over aankoop van de onderneming, althans sinds 21 oktober 2002 toen Leusink en Crans vennoot werden van VOF Prowi die de meeste activa uit de boedel van Prowi Interieur had gekocht.

De meest duidelijke overtreding van het concurrentiebeding is dat Leusink en Crans sinds de oprichting op 21 oktober 2002 t/m medio 2004 vennoten in VOF Prowi zijn geweest. Leusink en Crans hebben alleen reeds in deze periode 436 dagen het concurrentiebeding overtreden en hebben dus elk minstens (inclusief de niet voor matiging vatbare eenmalige boete van € 100.000) een boete van € 2.280.000 aan Olimar verbeurd.

Bij de oprichting van VOF Prowi stelde Leusink tegenover de curator dat Plattje en Schoolkate de onderneming kochten. Ook bij de Kamer van Koophandel waren Leusink en Crans niet als vennoot ingeschreven. Daardoor werden Leusink en Crans als overtreders van het concurrentiebeding onzichtbaar gehouden, hoewel zij blijkens het vennootschapscontract in het eerste jaar van VOF Prowi de belangrijkste vennoten van de VOF waren en over het boekjaar 2002 van VOF Prowi zelfs alle winst ontvingen.

4       Leusink en Plattje bedriegen curator bij aankoop vlottende activa.

Vof Prowi eigent zich buiten het zicht van de curator liggende vorderingen op klanten toe. De curator eist in een civiele procedure ca. € 340.000 tegen de vennoten van VOF Prowi en heeft in januari 2012 cassatie ingesteld.

De factuur aan Van Norel is niet meer in het grootboek gecrediteerd. Wel heeft Plattje dit bedrag op de debiteurenlijst die hij aan de curator heeft overhandigd met een handgeschreven tekst in mindering op het debiteurenbedrag gebracht. Hierdoor heeft VOF Prowi deze vordering voor niets overgenomen. Hierover wordt niet door de curator geprocedeerd.

5       Leusink bedriegt curator bij aankoop vastgoed

Op bladzijde 12 van het Informatiememorandum is vermeld dat een deel van het perceel in eigendom van Crale B.V. vervuilde grond heeft en dat met de provincie Overijssel is overeengekomen dat deze vervuiling eind 2003 opgeruimd moet zijn. Het maximale eigen risico van Crale B.V. is vastgelegd op ƒ 300.000. Het meerdere wordt door de provincie betaald. De grond van het fabrieksterrein, eigendom van Prowi Holding, is niet vervuild. Kort na de faillissementen komt Leusink met de wethouder van Hengelo overeen dat de gemeente Hengelo zelfs dit laatste bedrag van ƒ 300.000 zal betalen wanneer hij de grond koopt. Na deze afspraak deelt Leusink aan de curator mee dat de grond waarop de fabriek staat zodanig is vervuild dat de schoonmaakkosten hoger zijn dan de waarde van grond inclusief opstallen en dat hij als koper van het fabrieksterrein ƒ 3.000.000 aan reinigingskosten zou moeten betalen. Op grond van deze mededelingen, en met instemming van hypotheekhouder ING Bank, verkoopt de curator het vastgoed voor € 220.000 aan HéHé B.V., een vennootschap van Leusink en Crans.

Op 10 januari 2002 was de fabriek door Troostwijk Taxaties B.V. getaxeerd. De getaxeerde opbrengst bij onderhandse verkoop was € 1.640.000, exclusief het terrein van Crale. Wanneer het vastgoed in de tussenliggende periode niet in waarde zou zijn gestegen, zou de onderhandse verkoopopbrengst na het faillissement ook € 1.640.000 moeten bedragen. De werkelijke opbrengst was slechts € 220.000. Prowi Holding heeft als gevolg van de leugenachtige voorlichting zijdens Leusink en HéHé B.V. een verlies van € 1.420.000 geleden.

De schade kan ook als volgt berekend worden. Omdat HéHé B.V. in het geheel geen reinigingskosten hoefde te betalen had zij een voordeel van ƒ 3.000.000 ofwel € 1.361.341.

Beide berekeningen komen dus vrijwel op hetzelfde schadebedrag uit.

Lijst van produkties

Kolom 1 – Facturen (stammende uit april, juni, juli en augustus 2002) incl. montagekosten

Kolom 2 – 10% korting op facturen kolom 1

Kolom 3 –  Prijscorrectie op de facturen in kolom 1

Kolom 4 – Nieuwe facturen worden op 23-08-2002 uitgebracht op de facturen in kolom 1 (vlgs debiteurenlijst 19-09-2002 aan VOF Prowi verkocht)

                  Door de Marskramer betaald op 16 oktober 2002 aan VOF Prowi.

Kolom 5 – 20% korting op facturen kolom 4

Kolom 6 – Facturen kolom 1 worden op 28-08-2002 Interne credit facturen

 

[1] Bedrijfsprofiel over de markt.

[2] Informatiememorandum, bladzijde 8.

[3] Informatiememorandum blz 10.

[4] Bedrijfsprofiel; Ontwerp, Fabricage en montage van winkels en projectinrichtingen.

[5] Informatiememorandum, bladzijde 7.

[6] Informatiememorandum onder het hoofd Verkooppersoneel, blz 11.

[7] Informatiememorandum onder het hoofd Directie en management, blz 14.

[8] Bedrijfsprofiel.

[9] Informatiememorandum

[10] Informatiememorandum blz 16.

[11] Informatiememorandum Prowi Holding B.V. april 2001, blz. 4.

[12] Informatiememorandum Prowi Holding B.V. april 2001, blz. 5.

[13] Bron: Hoftijzer in zijn Due Diligence onderzoek.

[14] Akte levering aandelen  JK / RW / 2002.000594.01 blz 3 en 4.

[15] In juni 2002 zond Plattje naar de ING Bank een stuk ‘Budgetten 2002 versus werkelijkheid mei(prod X). In dat stuk is ook het resultaat over het eerste kwartaal 2002 (€ – 344.746) opgenomen.

[16] Jaarrekening Prowi Holding B.V. 2001 samengesteld door Westerveld en Vossers Accountants en belasingadviseurs.

[17] Bericht Plattje aan ING Bank d.d. … april 2002.

[18] Inclusief gereed product, als “inlenen personeel” aangeduide onderaannemers en uitgaande vrachten.

[19] Bron: Gerard Korver

[20] Dit blijkt uit de fotokopieën zelf.

[21] Zie computeruitdraai 3 september 2002 om 10:28 uur van verkoopboek 0022.

[22] Zie computeruitdraai 3 september 2002 om 13:05 uur van dagboek 0020 (debiteuren).

[23] Dagboek 800 inzake verkopen Marskramer; uitdraai 16 december 2002 om 14:03 uur.

U kunt commentaar geven als u wilt...

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Mission News Theme by Compete Themes.
Copyright @ De Charlatan 2017 – Published Defiance Press & Publishing – New York
RSS
Follow by Email
Facebook
Twitter
WP-Backgrounds Lite by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann 1010 Wien